Jammer, hij komt er niet

buckminsterspheremontrealDonderdag 11 juni organiseerde HNI een debat rondom de vraag of de wijze waarop de Wereld Expo wordt georganiseerd en ingevuld een nieuwe insteek nodig heeft. Centraal hierbij was de interessante vraag of en hoe het Rotterdam 2025 bid hierin voorziet. Ondanks dat de avond met een droge maar boeiende opsomming begon, eindigde deze in een klassiek haantjes gevecht zoals bij een debat past.

De aftrappende opsomming kwam van professor Paul Greenhalgh (Director Sainsbury Centre for Visual Arts, University of East Anglia, Norwich, Engeland). Hij was door HNI gevraagd terug te kijken op 150 jaar Wereld Expo. Met het standaardwerk ‘Fair World’ achter zijn naam over de geschiedenis van de Wereld Expo was dat een koud kunstje. De Wereld Expo thema’s, zoals nationale identiteit, kunst, stadsplanning en technologie, en de paviljoens werden hierbij als kapstok aangehouden. Als echte Brit kon Greenhalgh het niet nalaten om de eigen bijdrage aan de modernistische vooruitgang die de Wereld Expo organisatie graag uitdraagt, van menig ironische opmerking te voorzien. ‘Ons paviljoen moest altijd op een bar lijken, want daar komen mensen graag naar toe’. De Britten begrepen niets van de vooruitgang die zo interessant kan zijn, aldus Greenhalgh. Het overzicht is hoofdzakelijke vermakelijk maar soms ook schrijnend wanneer we zien hoe Afrikanen en Indiërs in een Disney-achtige setting worden tentoongesteld.

Het Bureau International des Expositions (BIE) beoordeelt alle binnenkomende bids voor de organisatie van Wereld Expo. Zij maken de winnaar bekend en zorgen voor de organisatie. Greenhalgh kent de organisatie als geen ander en is daarmee geen onbelangrijke man om op dit moment te betrekken bij het Rotterdamse gedachtegoed. De BIE, stelt hij, wil graag vooruitgang zien. Het jarenlange adagium van moderniteit is inmiddels naar de achtergrond geschoven maar inhoudelijk staat de organisatie nog steeds voor vernieuwing. En dat is te prijzen. In een wereld waar we instant succes willen zien is een stip op de horizon een verademing. Wegdromen om vervolgens met een eigen inslag verder te gaan met de inspiratie. Zoals goede kunst dat kan: je op het verkeerde been zetten, laten nadenken, je plezieren of je een uitzicht geven dat je zelf nog niet op die wijze had gezien.

Geen kunst maar studenten bieden de avond op interessante wijze een blik in de toekomst van het expomodel. Een aantal teams hebben op uitnodiging van HNI zich over concreet voorgelegde vragen gebogen. Zij presenteerden hun eindplan. Vanuit de TU Delft, Gerrit Rietveld Academie, Academie van Bouwkunst Amsterdam en Design Academie Eindhoven kwamen geen plannen voor megalomane paviljoens maar ideeën om kleinschalig met medewerken van iedereen over de hele wereld willekeurig welke plannen dan ook te realiseren. Of het idee om met een nieuwe semantiek begrippen als winst, technologie of vooruitgang te omschrijven. De vier plannen hadden iets onschuldigs, iets romantisch en daarmee passend in de dromerige goede toekomst ideologie van de BIE. De studenten gaven een blik in de toekomst en inderdaad via een nieuwe model voor een expo.

Het nieuwe expomodel zit ook in het bid van Rotterdam, echter niet kleinschalig maar groots. Een groep Rotterdamse ondernemers werkt aan het bid om de expo in 2025 naar Rotterdam te halen. Architect en Rotterdammer Erick van Egeraat is een van initiatiefnemers.

Gebruikmakend van het klassieke recept om mensen eerst bang te maken en daarna het zoet te bieden, maakte Van Egeraat zichzelf echter vanaf de aftrap helaas ongeloofwaardig. Rotterdam kan het nieuwe Detroit worden, houdt hij ons voor. Als we niets doen gaat onze haven dezelfde kant op als de stad die zijn groei aan de auto-industrie heeft te danken en nu failliet is. Maar niets doen, wie doet dat hier? Onze gemeente wil niets, Rotterdam gaat achteruit vervolgde hij. Maar alle architectuurprijzen dan? En de toename van goede restaurants, festivals en toerisme? Volgens mij bruist de stad sinds een paar jaar meer dan eens te voren. Verbeteringen alla, maar dat er niets gebeurd gaat erg ver.

Van Egeraat zaait nog wat angst. Rotterdam doet niets aan het gescheiden inzamelen van afval, er vaart hier één boot per twee uur door de Maas en er wonen maar 400.000 mensen in Rotterdam, zegt hij. Als je het publiek op deze wijze bang denkt te maken bevindt je je in de gevarenzone. Rotterdam heeft namelijk dit voorjaar 128 kunststof inzamelcontainer neergezet en is gaan samenwerken met Het Leger des Heil voor het inzamelen van textiel. In de Rotterdamse haven komen per jaar 130.000 schepen, waarvan 100.000 binnenvaart en er wonen 616.456 mensen in Rotterdam (laatste cijfers 2012).

Het zoet dat van Van Egeraat biedt is niet een expo van een paar maanden maar een reis van de komende tien jaar. In deze jaren mag iedereen zijn idee indienen. De organisatie gaat geen alles omvattend plan neerleggen. Er is geen ruimte voor paviljoens die na de expo worden afgebroken. Wel bijvoorbeeld voor een vooruit strevend schoolgebouw, ontworpen door een Aziatische architect en dat na afloop van de expo in gebruik genomen wordt. Na 2025 blijft trouwens alles wat is gerealiseerd in gebruik geen eenmalige show cases. Het klinkt nobel en de overeenkomsten met de dromerige studenten zijn treffend.

De voorbeelden die als promotie van Rotterdam en het nieuwe expomodel de revue passeren zijn onder andere de Fenix Food Factory en de kluswoning in Rotterdam. Ik val mijn stoel. De man die door menigeen als glamourarchitect worden bestempeld (‘maar ik hou gewoon van mooie dingen’, aldus Van Egeraat), dwingt zichzelf om lovend over deze initiatieven te praten en ze aan het BIE te verkopen als de weg naar de toekomst. Het moet als zand in de mond voelen voor Van Egeraat. Na de serie van voorbeelden en het te pas en te onpas laten vallen van het containerbegrip duurzaamheid komen dan toch zijn flitsende impressies. Weg is het kleinschalige. Niet een, twee of drie, zeker tien impressies met een vogelvlucht perspectief van Rotterdam anno 2025. Alle gebouwen en wegen zijn wit, al het andere groen. Eén van de doelstellingen van het team is dat er de komende tien jaar 5 miljoen bomen in Rotterdam bijkomen. In de oevers van de Maashavens, op de Boompjes, op kantoordaken en op de Laurenstoren. Rotterdam telt van de dag 598.000 bomen. Het voorstel is dus bijna het negenvoudige. Terloops zien we nog wat impressies van enkele landenpaviljoens want niet ieder idee past in een leegstaand pand zoals de organisatie graag zou zien.

Het wringt. Enerzijds de prachtige lokale initiatieven waar Rotterdam er tientallen van heeft, anderzijds de flashy renderingen. Om zijn cirkel weer met angst af te maken toont Van Egeraat de huidige status van het Holland paviljoen op de Wereld Expo 2000 in Hannover (ontworpen door MVRDV). Zo moet het dus niet, zegt hij om vervolgens gebouwen te laten zien van hoe het wel moet. Uiteraard staan zijn eigen projecten in deze laatste categorie.

Het debat is krachtig. Aangeschoven is ook HNI gastcurator van de tentoonstelling Innovation at the World Expo, Stephan Petermann. Petermann is werkzaam bij AMO, de researchtak van architectenbureau OMA. Al snel blijken zijn denkbeelden recht tegenover die van Van Egeraart te staan. Kenmerkend in het midden zit Greenhalgh. De vraag is inmiddels niet meer of er een nieuw expomodel moet komen (het antwoord is ja) maar of Rotterdam 2025 het nieuwe expomodel in zich heeft. HNI debatleider Klaas Kuitenbrouwer vraagt met een Hollandse directheid aan Greenhalgh of Rotterdam een goed idee heeft en of dit de weg voorwaarts is. Hij geeft een beminnelijk antwoord. Interessant wordt het als Petermann aangeeft dat het niet de route is en dat de lyriek van de expo op deze wordt verlogend.

Het utopische van de Wereld Expo’s dat zo aantrekkelijk is mag dan zijn ingeruild voor meer praktische en tastbare toepassingen, Rotterdam 2025 presenteert zich vanavond als een catalogus van hedendaagse top initiatieven in plaats van de vlag in de toekomst. Commercie hoort bij de hedendaagse expo en daarmee is een initiatief van Rotterdamse ondernemers te prijzen. Echter, de invulling met projecten die beter aansluiten bij de IABR, de Dag van de Architectuur, de Verborgen tuinendag of de Monumentendag mist de blik in de toekomst die de BIE zoekt.

De discussie spits zich toe op de vraag of Rotterdam de Wereld Expo krijgt. Greenhalgh geeft aan dat het een interessante ontwikkeling maar een echt antwoord komt er niet. Wanneer het laatste woord aan Van Egeraat wordt gegeven, springt Greenhalgh er met een opmerking voor, zegt Petermann nog wat en lacht de zaal over het spel dat zich als sluitstuk ontpopt.

Aan de bar vergelijkt een van de panelleden de einddiscussie met een gevecht tussen een haantje en een kuiken. Voor mij was het een discussie met aan de ene kant flashy plaatjes en aan de andere kant romantiek en vlaggen planten tussen een wolf en een wolf in schaapskleren.

Het beeld dat bij mij blijft hangen is een Van Egeraat die terug rijdt naar huis. In driedelig grijs, mooie haren en waarschijnlijk in een schone fris ruikende auto overdenk hij zijn presentatie. … ik, ik met kantoren in Rotterdam, Londen, Moskou, Praag en Budapest, ik die ontwerpt voor miljoenen vierkante meters nieuwbouw in Moskou, moet vol passie vertellen over kluswoningen in Rotterdam … . Hij weet het zelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s