Research 3: Scenes in de Copy Corner

TEKST 3
Zwaard, van der J. Scenes in de copy corner: van vluchtige ontmoetingen naar publieke vertrouwdheid, Amsterdam: SUN Trancity, 2010.

REACTIE 3
Ik begon het boek met de verwachting te beginnen aan de hedendaagse versie van Jane Jacobs klassieker. Dat bleek niet juist te zijn.

Van der Zwaard heeft 5 maanden lang, afwisselend met een stagiaire, undercover in de kopieerwinkel ‘Copy Corner’ in Rotterdam zitten opserveren. Geheel undercover was het niet. Beiden waren zichtbaar in de winkel aanwezig, ze kopieerde niet (gedroegen zich dus niet als normale klant) en boden in principe ook geen hulp aan klanten (waren dus ook geen winkelpersoneel). Als passieve aanwezige val je dan al snel op in de hectiek van de winkel. Het gedrag van de bezoekers zal er zeer waarschijnlijk niet door veranderd zijn.

Wat opvalt aan het boek is dat het voor een groot deel een 1-op-1 verslag is van wat er tijdens de observaties is gezien en gehoord (deze staan vet gedrukt in het boek). Kortom, een koele weergave van de dagelijkse gang van zaken in de winkel bekeken door de ogen van de observant. Dit is een belangrijk verschil met Jacobs die haar boek als een doorlopend verhaal brengt. Jacobs was observant van een leven waar ze zelf actief in participeerde. Zij woonde in de straat, de stad die ze beschrijft. Ze praatte met buren, winkeliers, kinderen en ambtenaren waarmee ze samen de stad gebruikte. Van der Zwaard woont ook in de wijk van de Copy Corner, maar het lijkt alsof ze dit privé leven bewust gescheiden houdt van het onderzoek. Het verschil in beide onderzoeken wordt versterkt door de gekozen benaming van personen. Jacobs noemt iedereen met naam en toenaam terwijl Van der Zwaard het heeft over ‘een NL studente’ of ‘Vrouw (35+, NL, in haast)’.
Bovenstaande resulteert erin dat Jacobs’ boek bijna als een roman leest, terwijl Van der Zwaard duidelijk haar onderzoek presenteert.

Jane Jacobs

Joke van der Zwaard

Waar beide boeken in ieder geval over gaan is het zeer interessante vertrouwen. Ik had dit nog niet zo benoemd voor me zelf als ik door een straat loop, maar beide boeken zoomen hier op in. Jacobs’ beschrijving van Joe Cornacchia, eigenaar van de delicatessenzaak aan de overkant van Jacobs’ huis, is hiervan een typerend voorbeeld. Joe fungeert als ‘sleutelman’ van de straat. Hij heeft een la met huissleutels van buurbewoners die deze daar (tijdelijk) achterlaten om opgehaald te worden door een bekende. Joe wordt hierbij door meerdere bewoners in vertrouwen genomen. Er heerst een gezamenlijk (publiekelijk) vertrouwen in Joe en de straat.

Van der Zwaard heeft het in de titel van haar boek over ‘publieke vertrouwdheid’. Dit gaat echter niet over vertrouwen als in geloof hebben in de goedheid van iemand (de winkelier). Het gaat bij Van der Zwaard over bekend zijn met, een publieke plek waar je weet wat je krijgt en hoe je je moet gedragen.

Ik denk dat de observaties en conclusies verschillend zijn omdat de winkel van Van der Zwaard een andere functie heeft dan de straat van Jacobs. En dan bedoel ik de regiofunctie van de winkel ten opzicht van de straatfunctie zoals die er is voor die specifieke straat. Van der Zwaard geeft aan dat de winkel klanten trekt vanuit heel Rotterdam. De kans dat deze mensen elkaar kennen is veel kleiner (misschien nihil) dan de kans dat buurmannen en mede straatbewoners elkaar kennen. De sociale dynamiek en het belangrijke vertrouwen in elkaar en het gemeenschappelijk is waarschijnlijk daardoor verschillend.
Belangrijk is ook om te realiseren dat Jacobs haar onderzoek in het New York van de jaren 60 deed, terwijl Van der Zwaard dit in het Rotterdam van 2009 deed. Vertrouwen heeft in die 50 jaar een evolutie ondergaan.

Hoe het ook zij, vertrouwen in de bekende buurman, de winkelier, de onbekende kopieerder naast mij en het vertrouwen in het ongrijpbare algemene publieke goed is wat ik uit beide boeken leer als een zeer belangrijk ingrediënt voor een succesvolle stad. Dit vertrouwen komt nooit van een hoog geplaatste ambtenaar maar van de gewone man op straat.

Misschien is het jammer dat ik verwachtingen had voordat ik ging lezen.

Een typische straat zoals Jane Jacobs deze beschrijft nabij haar eigen Hudson Street in NYC

——
Jacobs, J. Dood en leven van grote Amerikaanse steden, Maarten Polman (vert.). Amsterdam: SUNTrancity, 2010.

 

27 Sept:

Presentatie door Joke vd Zwaard bij ons in het iLab. Gaat over onderzoeken, methoden, interviewen. Verder de Creative Klasse, de stad en beetje Copy Corner.

Tijdens interview geen WAAROMvraag stellen. mensen geven wenselijk antwoord of schamen zich. HOE, WAT doet u. Geeft direct voorbeelden en anekdotes.

Ze onderscheid 4 soorten relaties: Intimi, buren, tactische verwantschappen en vertrouwde gezichten. Nummer drie heeft een gezamenlijk reden om bij elkaar te komen, bv. bridgen, geloof, skaten, tuinieren. Deze heten ook Parochiale Domeinen. Volgens mij bestaat DE publieke Ruimte niet meer, daar waar iedereen elkaar tegenkomt, met elkaar discussieert, maar is het een klontering van Parochiale domeinen die binnen hun eigen club discussiëren maar niet met andere domeinen.

Bij COS zijn cijfers te vinden omtrent samenstelling rotterdam. Maar cijfers zeggen weinig omdat er heel veel aannames aan ten grondslag liggen. Feitelijk weet men weinig van wie er woont, verdient, opleiding, hobby’s , etc.

Pierre Bourdelieu. onderzoek gedaan naar invloed van Habitat / Levenswijze op je huidig gedrag, interesses, etc. Conclusie dat erg veel wat je vanuit huis uit, als kind, heb meegekregen je ook doet, wil, interesseert en alles daarbuiten moeilijk boeit. Dit betekend dus in de stad dat de gemeente geen cultureel programma gevuld krijg met publiek uit een doelgroep die ze wil bereiken maar die niet komt omdat ze het niet van huis uit meegekregen hebben. Heel zwart/wit gezegd is het dan weer een feestje van en voor witte hoger opgeleiden. Doelstelling van de gemeente zou dus veel meer moeten liggen op het bereiken van de deze mensen, betrekken, dan puur op het aanbod v toneel, muziek, kunst, lezen etc. Huidige subsidie toekenningen sturen hier inmiddels ook op. Een wijktheater gaat dus buurtbewoners ophalen voor de voorstelling…….

Heel interessant om te horen dat het onderzoek bij de CC inging met o.a. de vraag of plekken zoals de CC (publieke vertrouwdheid) ook in de buitenruimte zijn te creëren. M.a.w. wat kun je met de conclusie doen in de vormgeving van de publieke ruimte. Conclusies tav oa Transparantie winkelpui, drempel bij de deur, vriendelijke begroeting, ‘hang’faciliteit aanwezig, consensus over regels, uitleg bieden, vakmanschap (passie?) uitstralen en waarmaken, humor, herkenning van elkaar.

Het feit dat dit soort winkels, toonbankwinkels, verdwijnen betekend ook dat deze sociale functie die ze vervullen verdwijnen. Zeker als d gemeente ook nog eens bestaande publieke ruimten wegbezuinigd, zoals wijkbibliotheken, praathuizen, etc.

Afgesproken met Joke dat ik bij haar langs wil komen om mijn onderzoek te bespreken. Zin in!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s